www.f1-planet.com - Special: Power Versus Passion
POWER VERSUS PASSION

 

 

  Bijlage: Focus: De snelheden in de Formule 1
       
 

In haar 55-jarige bestaan heeft de Formule 1 voortdurend moeten omgaan met de paradox tussen technologie enerzijds en de sport en veiligheid anderzijds. Met de toenemende nadruk op veiligheid, de extreme ontwikkelingssnelheden, maar ook de toenemende belangen en kosten die ermee gepaard gaan, is het vinden van een balans een uiterst lastige klus.

Desondanks schroomde de FIA niet om radicaal in te grijpen. Als in maart de lichten uitgaan voor de start van het seizoen 2005 is een van de meest ingrijpende reglementswijzigingen ooit definitief een feit.  

 

 

 

Even leek het erop dat de Formule 1-wereld in twee kampen verdeeld zou blijven en de sport tussen wal en schip moest overwinteren. De door de FIA voorgestelde wijzigingen werden niet door iedereen positief ontvangen en zorgden voor verhitte discussies tussen de regelgevende autoriteit en, met name de fabrikanten. Het was dan ook geen geringe stap die de FIA zette om de teams te bewegen tot drastische veranderingen. De voorstellen zoals ze er lagen zouden diep ingrijpen in de kern van de sport. Ze dwongen de teams en hun partners tot zware concessies om de veiligheid en de kosten in de sport in de hand te houden. Concessies die soms lijnrecht in gingen tegen alles waar ze voor staan.

In haar lange bestaan heeft de paradox tussen technologie en de sport de Formule 1 altijd beheerst. Beide aspecten dragen bij aan het enorme succes van de Formule 1, maar staan daarnaast op gespannen voet met elkaar. Vooral sinds er in de jaren '70 meer aandacht kwam voor de veiligheid van coureurs en toeschouwers, heeft de F1 diverse keren grenzen moeten stellen aan de technologische vooruitgang om haar voortbestaan te kunnen garanderen.

Zo zijn gedurende de decennia belangrijke innovaties door de FIA in de ban gedaan om de veiligheid en competitie te waarborgen. De komst van skirts, turbo-motoren, volledig automatische versnellingsbakken en actieve wielophangingen waren elk van grote invloed op de prestaties van de auto's, maar werden door de FIA te ingrijpend geacht om de competitie ook op lange termijn beheersbaar te houden. Dat terwijl het voor de teams juist de uitdaging is om de grenzen van het technisch mogelijke voortdurend te verleggen. Met dat streven heeft de sport belangrijke bijdragen gegenereerd van fabrikanten en tal van andere technisch hoogwaardige partners. Op hun beurt deden de partners door middel van innovaties belangrijke kennis op en de Formule 1 bood hen bovendien het ideale platform om hun capaciteiten op grote schaal te tonen.

Door de invloed van de informatietechnologie nam de snelheid waarmee in de autosport werd geïnnoveerd exponentieel toe. Dit had bovendien tot gevolg dat concrete functies die tot op dat moment door de coureur zelf werden vervuld door computers werden overgenomen. Dat was iets wat de FIA in het bijzonder zorgen baarde. Niet alleen omdat de mogelijkheden van ICT de transparantie in gebruikte technologieën dreigde weg te nemen, maar bovenal omdat hiermee de rol van de rijder werd beperkt. Het sportieve element dreigde in het geding te komen. FIA-president Max Mosley stelde het in 1993, kort na zijn aanstelling als volgt: "Het is belangrijk dat coureurs de baas zijn over hun machine. Als de ontwikkeling door gaat, zijn we niet ver van het moment verwijderd waarop de auto's volledig zonder coureurs rond het circuit zouden kunnen worden geleid. Het zouden simpelweg high-speed computers worden".

Het was het begin van Mosley's harde campagne tegen de zogenaamde 'driver aids', de hulpmiddelen die tot in hoge mate taken van coureurs kunnen overnemen. Toch zou de FIA er in  realiteit niet lang omheen kunnen. De IT-goeroes van de topteams zouden desondanks elektronicatoepassingen weten in te bouwen, die slim gebruik maakten van de mazen van het net. Het leidde in 2001 tot een knieval van de FIA, waarbij het schoorvoetend toegaf niet bij machte te zijn om het gebruik van elektronische hulpmiddelen te monitoren en derhalve driver aids als traction control en launch control legaliseerde. Het was een stap waar Mosley absoluut niet blij mee was, maar op dat moment was dat de enige mogelijkheid om de teams gelijke kansen te garanderen. Het enige alternatief was elektronica in de auto's volledig te standaardiseren, maar dat zou het onder het huidige Concorde Verdrag, dat een unanieme bekrachtiging van reglementswijzigingen vereist van de teams, nooit halen.

Inmiddels waren de belangen die met de Formule 1 gemoeid waren aanzienlijk toegenomen. Diverse autofabrikanten hadden meerderheidsbelangen genomen in de teams en de komst van  Michelin als tweede bandenleverancier verhevigde de competitie. Zodanig, dat het totale aantal afgelegde testkilometers tussen 2001 en 2005 met ruim 54% toenam: van 240.000 in 2001 tot 370.000 in 2004. Een alarmerende zaak, niet alleen omdat hierdoor het ontwikkelingstempo nogmaals drastisch werd opgeschroefd, maar bovendien omdat ook de kosten hierdoor zodanig werden opgedreven dat een aantal teams het niet langer bij kon houden.

Toen de sport medio 2004 bovendien tot drie keer toe door het oog van de naald kroop bij crashes van Felipe Massa, Ralf Schumacher en Jarno Trulli besloot Mosley dat drastische maatregelen niet langer kunnen uitblijven. Doordat de meningen over waar het evenwichtspunt tussen technologie en sport precies ligt bij de diverse partijen nogal uiteenlopen, was het echter moeilijk om de teams voor de nieuwe reglementen te mobiliseren. Mosley moest het politieke spel op de toppen van zijn mogelijkheden uitspelen om het uiteindelijke pakket wijzigingen erdoor te krijgen: door middel van het beruchte artikel 7A, dat de FIA machtigt in noodzakelijke omstandigheden autonoom in te grijpen in de technische reglementen.

Van alle wijzigingen, waaronder een drastische beperking van het aërodynamicapakket en de beperking van het aantal bandensets, lag dat van de invoering van de V8-motor vanaf 2006 nog het meest gevoelig. Ten opzichte van de huidige V10 heeft de V8 als voordeel dat hij in de regel lagere ontwikkelingskosten tot gevolg heeft, maar daarentegen is het potentieel van de fabrikanten om zich van elkaar te onderscheiden beperkt. Honda en BMW spraken zich dan ook fel uit tegen de plannen, maar moesten uiteindelijk capituleren. De V8 komt er.

Mosley had een aantal belangrijke argumenten waar de teams en hun partners niet omheen konden. Sinds de komst van Michelin als bandenleverancier in 2001 zijn niet alleen het aantal testkilometers tot in het absurde toegenomen, het heeft ook een drastische toename van de snelheden tot gevolg gehad. F1-Planet.com analyseerde de ontwikkeling die de rondetijden op de diverse circuits in de afgelopen vijf seizoenen heeft doorgemaakt. Daarbij kwamen we tot de schrikbarende conclusie dat de Formule 1 sinds 1999 per ronde gemiddeld bijna 10 procent sneller is geworden. Op een rondje dat nu gemiddeld 1:23.00 is, betekent dat een verschil van maar liefst 9,2 seconden. Ter vergelijking, op een circuit als Imola nam de gemiddelde snelheid over de snelste ronde daarmee toe van 200 km/h in 1999 tot 220 km/h in 2004.

Met name in het laatste jaar, tussen 2003 en 2004 nam de rondetijd met ruim 3% af en dat is voornamelijk toe te schrijven aan de bandenoorlog die laait tussen Bridgestone en Michelin. De FIA rekende uit dat op het vlak van de banden de meeste vooruitgang te boeken is. Vijf procent vooruitgang op het gebied van de banden levert per ronde een verbetering op van 1,2 seconde. Daarentegen levert vijf procent meer motorisch vermogen maar 0,7 seconde per ronde op en vijf procent verbetering ten aanzien van aërodynamica zelfs maar 0,5 seconde. De standaardisatie van de banden stond dan ook hoog op de agenda en deze cijfers resulteren erin dat coureurs vanaf 2005 nog maar twee bandensets per weekend tot hun beschikking hebben. Eén set voor de vrijdagtests en de andere voor de zaterdag én zondag.

Vergeleken met het afgelopen seizoen is dat een wereld van verschil. Bandenwissels tijdens pitstops behoren definitief tot het verleden en de bandenleveranciers moeten hun prioriteiten vanaf nu radicaal anders stellen. Slijtvastheid is nu het belangrijkste, aangezien een bandenwissel een coureur in de wedstrijd ver terug kan werpen. Desondanks maken de fabrikanten Bridgestone en Michelin zich geen zorgen en zien zij vooral de uitdaging. Beide merken hebben een lange ervaring en zullen met een hardere compound tegemoet komen aan de hoge eisen ten aanzien van de slijtvastheid. 

In combinatie met de aërodynamicarestricties, die de teams zo'n 15 procent aan downforce zal kosten en de komst van 2,4 liter V8-motoren in 2006, zullen de auto's in de komende seizoenen aanzienlijk worden vertraagd. De verwachting is dat de teams in Melbourne zo'n drie seconden per ronde zullen verliezen ten opzichte van 2004. De grote vraag blijft echter in hoeverre de maatregelen ook op lange termijn effectief zullen zijn. In tegenstelling tot de FIA's wens om de bandenoorlog een halt toe te roepen zal zowel Bridgestone als Michelin na 2005 in de sport actief blijven en hun onderlinge strijd zal dan al snel resulteren in herstelde griplevels.

De belangrijkste stap voor de toekomst lijkt het structureel inperken van de tests. Daarmee zullen in ieder geval de kosten aanmerkelijk beter worden beheerst en blijft de competitie in tact. Echter, ook aan een dergelijke maatregel zitten beperkingen, want zolang teams torenhoge budgetten hebben, zullen ze die blijven spenderen aan de ontwikkeling van de auto's. Bij een beperking van de tests verschuift het accent bij de ontwikkeling verder naar ingenieuze computersimulaties. Dat is niet te reguleren.

Toch is het besluit van de FIA om de teams te bewegen tot veranderingen van grote betekenis. FIA-president Max Mosley bevindt zich in de nadagen van zijn ambtsperiode, maar heeft met deze wijzigingen de internationale autosportfederatie belangrijk laten gelden als toezichthoudend en regelgevend orgaan in de sport. Het benadrukt dat de gecompliceerde machtsstructuren die de Formule 1 tegenwoordig kent niet ten koste mogen gaan van de besluitvaardigheid ten aanzien van dit soort belangrijke zaken. Die flexibiliteit is belangrijk om ook in de toekomst veiligheid en competitie te kunnen blijven garanderen. Zowel op als naast de baan, want zowel de strijd tussen coureurs op het circuit als die tussen technici ernaast is een essentiële factor in het succes van de sport. Het is die balans tussen snelheid en technologische veerkracht en de passie voor de sport die de Formule 1 ook in de komende jaren weer tot een spektakel maakt.

 

 

Vooral de fabrikanten waren niet blij met de FIA's reglementswijzigingen.

 

 

Hulpmiddelen zoals de actieve wielophanging op de Williams FW15C werden al snel door de FIA verboden.

 

 

Door de informatie-technologie nam de ontwikkelingssnelheid exponentieel toe.

 

 

Tussen 2001 en 2005 nam het aantal afgelegde testkilometers met ruim 54% toe.

 

 

FIA-president Max Mosley moest alle zeilen bijzetten om de teams te mobiliseren voor de reglementswijzigingen.

 

 

Sinds 1999 is de Formule 1 per ronde gemiddeld bijna tien procent sneller geworden.

 

 

Op Imola nam de gemiddelde snelheid van de snelste ronde toe van 200 km/h in 1999 naar 220 km/h in 2004.

 

 

Zowel Bridgestone als Michelin zal met een hardere compound tegemoet komen aan de hoge eisen ten aanzien van de slijtvastheid.