www.f1-planet.com - Special: Power Versus Passion
A CLEAR BLUE SKY

 

 

 

Giancarlo Fisichella werd dit seizoen als geen ander getroffen door problemen. Steeds wanneer de Renault-coureur zich in kansrijke positie bevond, moest hij de R25 voortijdig aan de kant zetten met mechanische defecten. Het zou een ander allang hebben opgebroken, maar Giancarlo blijft opvallend positief. Wat hem betreft is er geen wolkje aan de lucht. 

Fisichella in een exclusief interview met F1-Planet.com's Stefan Zwinkels over winnen en verliezen, en over wat hem drijft als coureur... 

 

 

 

Er zijn van die coureurs die aan het begin van hun carrière voorbestemd lijken voor grootse prestaties. Van het ene op het andere moment raken ze in een stroomversnelling en heeft plotseling iedereen een mening over waar hij zijn carrière moet vervolgen en hoe hij dingen het beste aan kan pakken, maar als het er uiteindelijk op aankomt lijkt dat ene ingrediënt maar niet te vinden: de kans bij een topteam om het talent daadwerkelijk in prestaties om te zetten. Giancarlo Fisichella was zo'n coureur. Toen hij in 1997 bij Jordan instapte, werd hij geroemd als hét grote talent van de toekomst. Hij kwam onder contract van Flavio Briatore en werd met veel vertoon naar diens Benetton team gehaald. Dat team raakte op dat moment echter in een neerwaartse spiraal. Een aantal sterke wedstrijden en podiumfinishes van Giancarlo ten spijt, de belofte werd nooit echt ingelost. 

Op het moment dat hij Benetton aan het einde van 2001 verliet, stond het op het punt te worden omgedoopt tot Renault. Fisi had echter weinig andere opties dan een terugkeer naar Jordan. Dat was echter geen schim meer van het team van 1997. De wegligging was beroerd en de auto's waren bovendien dramatisch onbetrouwbaar. De bazen van de topteams leken hem ondanks opnieuw een aantal sterke races steeds weer over het hoofd te zien als het ging om het aantrekken van nieuwe rijders.

Tot opluchting van velen veranderde dat in 2004. Met een nieuwe manager achter zich, reed Giancarlo zich nadrukkelijk in de kijker bij Sauber. Daar had hij goede afspraken gemaakt, zodat hij de kans kon grijpen wanneer die zich voor deed. Die mogelijkheden dienden zich sneller aan dan hij had durven verwachten. Bij Renault raakte Jarno Trulli steeds meer in een isolement en het was halverwege het seizoen een publiek geheim dat Flavio Briatore hem zou gaan vervangen. Briatore zwichtte niet voor de lobby een Franse coureur aan te nemen, maar koos voor ervaring: Hij haalde Giancarlo terug om in 2005 met Fernando Alonso het team te vormen dat Renault voor het eerst voorop moest laten gaan in de strijd om de wereldtitel.

Inmiddels zijn we over de helft in het seizoen 2005, maar het heeft tot op heden nog niet mogen baten. Giancarlo won de seizoensopener in Australië, maar vervolgens werd hij steeds weer in kansrijke positie geplaagd door mechanische gebreken; daar waar Fernando Alonso overwinning na overwinning bijschreef. Voor ieder ander een frustrerende situatie; zeker gezien het duidelijke verschil in ervaring, maar Giancarlo toont zich tijdens het interview opvallend positief...

 

Giancarlo, het is een moeilijk seizoen voor je tot nu toe; ondanks het feit dat je een zeer competitieve auto hebt. Hoe kijk je terug op de eerste seizoenshelft met Renault?

Giancarlo: Het gaat heel goed. Het team leidt het constructeurskampioenschap en daarin heb ik ook een belangrijk aandeel gehad. Voor mezelf is het iets minder positief omdat ik ten minste drie keer het gevoel had dat ik veel meer punten had kunnen scoren.

Je won in Australië, je tweede overwinning, maar het was in feite de eerste keer dat je hem echt kon vieren, gezien de verwarring die er was na de Grand Prix van Brazilië in 2003. Voelde het in Melbourne alsof het de eerste was?

Giancarlo: Ja, dat kun je wel stellen. Melbourne was echt heel speciaal. Het drong daar echt tot me door hoe competitief we waren en ik won meteen. Je hebt vast wel gezien hoe blij ik was op het podium.

De Renault R25 is inderdaad een heel sterke auto. Van welk aspect was je het meest onder de indruk, vergeleken met de auto's die je in het verleden hebt gereden?

Giancarlo: De auto heeft een ongelooflijk goede balans. In bijna alle omstandigheden is die gemakkelijk te besturen.


Daarmee lijkt Giancarlo eindelijk het juk van zich te hebben afgeschud van het 'altijd op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn'. Bij Renault kwam hij feitelijk in een gespreid bed terecht. Na een aantal seizoenen van opbouw richtte het team zich al vroeg op 2005. Binnen vijf jaar de wereldtitel behalen was het doel volgens Flavio Briatore toen hij aan het begin van 2001 aantrad als de teambaas van het nieuwe Renault F1. Destijds een zeer optimistisch doel, maar inmiddels lijkt de Italiaanse tycoon gelijk te krijgen: met Alonso en Fisichella beschikt hij over de ultieme mix van talent en ervaring. Een succesformule die Renault in de eerste seizoenshelft vleugels leek te geven. Alonso was na een minder sterk seizoen 2004 duidelijk meer op zijn hoede nu hij een teamgenoot naast zich kreeg met een indrukwekkende staat van dienst waar het gaat om het verslaan van teamgenoten: niet de minste namen werden door Fisichella gevoegelijk ter zijde geschoven. Onder hen: Ralf Schumacher, Alexander Wurz, Jenson Button, Takuma Sato en Felipe Massa. 

Beide coureurs stonden dus op scherp toen zij aan het begin van het jaar aftrapten voor de eerste tests met de R25. Voor Giancarlo was het een prettige bijkomstigheid dat hij de meeste mensen uit het team nog kende vanuit zijn tijd bij Benetton. Zijn race-engineer was bovendien dezelfde als in die jaren. Het stelde Giancarlo in staat sneller te integreren in het team.

 

Veel mensen die in 2001 bij Benetton zaten, zijn gebleven. Welke veranderingen in de organisatie zijn je opgevallen bij je 'terugkeer' naar het team?

Giancarlo: Iedereen heeft een paar jaar meer ervaring. Het team is sterker geworden en ze hebben hun verlangen om te winnen verder ontwikkeld. 

Bedoel je daarmee de motivatie?

Giancarlo: Ja, natuurlijk, de vooruitzichten zij nu veel beter dan toen. Dat heeft zijn uitwerking op de motivatie, bij iedereen.

Nu we het over motivatie hebben, je hebt een aantal heel moeilijke jaren achter de rug, met name met Benetton in 2001 en met Jordan in 2002 en 2003. Is er een moment geweest waarop je tegen jezelf zei: 'niet nog een jaar als dit, als het niet beter wordt, ga ik iets anders doen'? 

Giancarlo: Daar heb ik over nagedacht, op moeilijke momenten denk je over zulke dingen na, maar om eerlijk te zijn wilde ik nooit mijn werk opgeven. Van team veranderen, ja, maar mijn leven veranderen? Nee, no way. 

Ik heb er eens over nagedacht, maar is het niet veel frustrerender om zo veel mechanische problemen te hebben wanneer je een competitieve auto hebt, vergeleken met die andere jaren, waarbij je wist dat er niet meer in zat?

Giancarlo: Nee, het is veel beter om een probleem te hebben wanneer je in een Renault rijdt dan wanneer je voor Jordan racet. Geloof me, als je een winnende auto hebt, weet je dat je altijd kansen hebt. Als je een slechte auto hebt, verlies je zeker, of je moet wachten op heel veel regen...

 

Daarmee doelt de Italiaan natuurlijk op de Grand Prix van Brazilië van 2003, waarin hij als de verrassende winnaar uit de bus kwam. Tal van gevestigde namen, waaronder Michael Schumacher schoven van de baan, maar Fisichella hield de Jordan op het asfalt en ging op een bepaald moment sneller over het Autodromo Jose Carlos Pace dan wie ook. Toen hij Kimi Räikkönen in het bochtige infield voorbij stak, leek het alsof de McLaren stil stond. Uiteindelijk was de timing cruciaal, want momenten later werd de race afgebroken na een tweetal zware crashes.

Het was een van die opmerkelijke momenten, waarin het talent van Fisichella letterlijk boven kwam drijven. Vergelijkbare hoogtepunten waren Hockenheim 1997, waar hij voor heel even voor een stunt leek te kunnen zorgen aan de kop van het veld, Canada 1998 en Europa vorig jaar met Sauber.

 

Persoonlijk was ik geschokt dat je tot dit jaar nooit een topauto kreeg. Terugblikkend, wat was tot nu toe je beste race in de Formule 1?

Giancarlo: De timing was alleen nu goed en pas nu heb ik een competitieve auto. Een van mijn beste races was de Grand Prix van Canada in Montreal dit jaar...

Maar daarin viel je uit. Hoeveel steun krijg je van het team in zulke situaties?

Giancarlo: Die steun is echt fantastisch. Iedere keer als we een probleem hadden, bood iedereen zijn excuses aan me aan na de race en zelfs de dag erna nog. Het team heeft altijd geprobeerd om me te steunen in de moeilijkste momenten en dat is ook een van de redenen waarom ik me kan blijven focussen. 

In Indianapolis moest het team zich evenals de zes andere Michelin-teams terugtrekken. Werd je als coureur betrokken bij die beslissing?

Giancarlo: Nee, het was het besluit van het team. We moeten luisteren naar Michelin en zij zeiden dat het te gevaarlijk was om in die omstandigheden te racen. Ik ben erg blij dat het team bij het standpunt is gebleven om onze levens te beschermen.

Heb je in de trainingen zelf iets ondervonden in die gevreesde Turn 13?

Giancarlo: Nee, wij hebben zelf geen problemen ondervonden.

Veel mensen nemen het de FIA kwalijk dat zij het huidige bandenreglement ten koste van de veiligheid zou hebben doorgedrukt. Wat is jouw mening hierover?

Giancarlo: Het is niet aan mij om met een beschuldigende vinger te wijzen of iemand anders werk te beoordelen. Ik ben alleen verantwoordelijk voor mijn eigen prestaties en dat is ook het enige waar ik me op concentreer.

 

Een duidelijke omzeiling van alle politiek. Iets wat, zoals in de afgelopen weken is gebleken, een heikel punt is voor coureurs om in betrokken te raken. Fisichella heeft wel wat anders aan zijn hoofd: de tweede seizoenshelft gloort als een nieuwe kans aan de horizon en de hemel is duidelijk helder blauw gekleurd, Renault-blauw wel te verstaan. Een ding is zeker: voor Giancarlo kan het vanaf nu alleen maar beter gaan.

Even resumerend, jullie hebben een fantastische auto, twee sterke rijders, een team dat heel goed op elkaar is ingespeeld en de middelen heeft om het te doen. Wat heeft Renault volgens jou nu nog nodig om het kampioenschap te winnen?

Giancarlo: We moeten de auto regelmatig blijven doorontwikkelen en competitief blijven. Met beide auto's scoren en dan winnen we het constructeurskampioenschap.

Wat zijn daarbij jouw persoonlijke doelstellingen?

Giancarlo: Nog minimaal twee overwinningen en heel veel punten binnen brengen voor Renault. 

 

 

Giancarlo Fisichella heeft in 2005 eindelijk een sterke auto tot zijn beschikking, maar het zat in de eerste seizoenshelft niet mee.

 

 

Met Fernando Alonso vormt hij bij Renault de ultieme combinatie van talent en ervaring.

 

 

"Ik had ten minste drie keer het gevoel dat ik veel meer punten had kunnen scoren".  

 

 

"Het drong in Australië echt tot me door hoe competitief we waren en ik won meteen".

 

 

"De R25 heeft een ongelooflijk goede balans. In bijna alle omstandigheden gemakkelijk te besturen".

 

Giancarlo kwam bij Renault terug bij het team waar hij de eerste jaren van zijn loopbaan doorbracht.

 

"De vooruitzichten zijn nu veel beter dan toen. Dat heeft zijn uitwerking op de motivatie".

 

 

"Geloof me problemen hebben in een Renault is beter dan racen voor Jordan".

 

 

"Nee wij hadden zelf geen problemen ondervonden in Turn 13".

 

 

"Ik ben alleen verantwoordelijk voor mijn eigen prestaties en dat is ook het enige waar ik me op richt".

 

"De auto blijven doorontwikkelen en met beide auto's scoren, dan winnen we het constructeurskampioenschap".