www.f1-planet.com - Special: Power Versus Passion
DOOR HET VUUR VOOR FERRARI

 

 

 

Het zijn moeilijke tijden voor Ferrari. De Scuderia is sinds Monza wereldkampioen af en de derde positie in het Wereldkampioenschap 2005 staat onder druk. Maar dat is nog niet alles wat de stuwende krachten achter het team zorgen baart: ook financieel staat Ferrari onder grote spanning en het staat aan de vooravond van een aantal cruciale ontwikkelingen.

 

 

 

8 Oktober 2000 zal bij de tifosi voor altijd in het hart gegrift staan als de dag waarop Michael Schumacher de lange droogte bij Ferrari beëindigde en na 21 jaar weer een wereldkampioenschap behaalde voor de Scuderia. Niet alleen voor de racedivisie was het een historische dag, het was de dag waarop de Italianen weer trots konden zijn op het merk en waarop het ook internationaal weer iets van haar historische aanzien terug won. Het zorgde in de jaren die volgden voor een ongekende vraag naar de rode bolides. De 360 Modena was een groot succes en mede dankzij de opleving van Maserati, dat door Ferrari uit het slop was getrokken, verging het de 'Rosso corsa' beter dan ooit.

Inmiddels zijn we vijf jaar verder en heeft Ferrari het in meerdere opzichten zwaar. In de Formule 1 mist het team dit seizoen competitiviteit en financieel gaat het merk gebukt onder de zware last van de nadelige Euro-Dollarkoers, grote investeringen en de loskoppeling het Maserati-merk door grootaandeelhouder FIAT. De Italiaanse gigant zit diep in de rode cijfers en staat onder een enorme druk om haar financiële huishouding te verbeteren. Het staat daarmee voor moeilijke beslissingen, want met een netto-verlies van maar liefst €1,5 miljard zijn de opties zeer beperkt. De kans is groot dat zelfs bestuursvoorzitter Luca di Montezemolo het bedrijf er niet van kan weerhouden haar paradepaardje op te offeren...

 

Het zijn dan ook zware weken voor de Ferrari-president, die in Monza weer als vanouds aan de pitmuur zat. Nadat de verkopen in de loop van 2001 een enorme vlucht  hadden genomen, voorzag Ferrari-president Luca di Montezemolo een beursgang van de Gruppo Ferrari-Maserati. In de hoop dat gepassioneerde fans diep in de buidel zouden willen tasten om een stukje Ferrari aan te schaffen, zou dat de krachtige kapitaalimpuls opleveren, waarmee het team zowel op de circuits als in de customer divisie kon blijven excelleren. Ferrari was daarvoor echter afhankelijk van de goedkeuring van FIAT. Sinds Enzo Ferrari in 1969 onder druk van dreigende verliezen instemde met een deelneming van FIAT en de machtige Agnelli-familie, houdt de Italiaanse fabrikant een meerderheidsbelang in Ferrari. Een beursgang zou impliceren dat FIAT de controle over 'Maranello' los zou laten. Iets wat, zelfs na de dood van de beide broers Giovanni en Umberto Agnelli, maar moeilijk valt binnen FIAT-kringen. 

Op haar beurt was FIAT echter ook beperkt in de authorisatie van zo'n beursgang. Nog voordat de Scuderia in 2000 de wereldtitel binnenhaalde, tekende FIAT een Master Agreement met General Motors. Behalve een verregaande samenwerking met de Amerikanen bij Research & Development-projecten hield die ook de afspraak in dat GM tegen een van te voren vastgestelde prijs de uitstaande aandelen FIAT zou overnemen op het moment dat FIAT hiertoe wilde overgaan. Deze putoptie hield echter wel in dat de Italianen tussentijds geen kapitaalmiddelen van aanzienlijk belang mochten verkopen. Een beursgang van Ferrari was daardoor onmogelijk. 

De aanslagen van 11 september 2001 zetten sowieso al een streep door die plannen, want als gevolg van de onzekerheid zou de wereldeconomie in een diepe recessie terecht komen en zouden de beurzen maandenlang in mineur zijn. FIAT leed ondertussen zware verliezen. In 2002 zou het nettoverlies oplopen tot €3,2 miljard. De nood was aan de man. In het diepste geheim, zelfs buiten Luca di Montezemolo om, wist het FIAT-bestuur GM te overtuigen van een verkoop van Ferrari-aandelen aan het Italiaanse bankconcern Mediobanca. Zo verkocht het 34 procent van de aandelen, waardoor het belang van FIAT afnam tot 56 procent. 

Het bleef Ferrari, als een van de weinige onderdelen van het FIAT-concern en zeker binnen FIAT Auto, voor de wind gaan. De Ferrari-verkopen stegen tot 4900 stuks in 2004, terwijl het door Ferrari uit het slop getrokken Maserati een enorme groei doormaakte. Sinds 1997, toen er voor het eerst in jaren weer een Maserati van de band rolde, was het aandeel van het nostalgische merk in de afzet van de Gruppo Ferrari Maserati toegenomen tot zo'n 33 procent. De wederopstanding van de 'Tridente' was daarmee een groot succes.

In het hoofdkwartier van FIAT in Turijn nam de druk echter hand over hand toe. Ondanks forse saneringen werd daar het boekjaar 2004 opnieuw met een miljardenverlies afgesloten en was er bovendien een slepend conflict ontstaan met GM. Voor de Amerikanen hing de in 2000 getekende putoptie als een zware molensteen om de nek. Met ingang van 2005 kon FIAT de putoptie gaan lichten en de verwachting was dat de Italianen daar onder druk van de staat en betrokken schuldeisers niet lang mee zou kunnen wachten. GM had in de VS de handen al vol aan haar eigen problemen en kon zich een extra zorgenkind in Italië absoluut niet veroorloven. 

Begin januari hakte GM de knoop door en bood aan de putoptie en alle affiniteiten met het FIAT-concern in één klap af te kopen voor een totaal van $2 miljard. Een schikking die het om cash verlegen FIAT niet kon weigeren. Met die $2 miljard kon ze voor de korte termijn de schuldeisers van zich af houden en het bedrijf draaiende houden. Het impliceerde echter wel dat ze er vanaf dat moment volledig alleen voor staat. Er is geen uitvalbasis meer; FIAT zal zelfstandig uit het dal moeten kruipen. Daarvoor zullen moeilijke en ingrijpende beslissingen moeten worden genomen. 

De eerste strategische beslissing na de betaalde afkoopsom van GM pakte al direct zeer nadelig uit voor Ferrari: de Ferrari-Maserati Groep werd geëlimineerd en Maserati werd bij FIAT Auto gevoegd om, zo luidde de strekking, Maserati dichterbij Alfa Romeo te positioneren. Voor Ferrari, dat diep in de ontwikkeling en promotie van Maserati had geïnvesteerd was dit een zware klap. Niet alleen miste het vanaf het tweede kwartaal van 2005 de omzet van Maserati op haar rekeningen; ook van die investeringen zag ze als afhankelijke dochter van FIAT niets terug.

Het was het laatste wat Ferrari kon gebruiken, want ondanks de gestegen omzet waren de kosten in de afgelopen jaren fors toegenomen. 2004 werd mede door forse investeringen in ontvangstruimten en constructiehallen op het Ferrari complex afgesloten met een netto-verlies van € 19 miljoen. Die investeringen waren berekend op een groei van het Maserati-merk.

Daarnaast namen de kosten voor de Formule 1-activiteiten in de afgelopen jaren drastisch toe. Niet alleen breidde het team haar personeelsbestand uit tot meer dan 1000 werknemers; ook hier pakte de Euro-Dollar koers nadelig uit. De Scuderia begon het seizoen 2005 met een bruto budget van $288 miljoen. De uitgaven van het team waren echter merendeels in Euro's. Het budget was bij een gemiddelde koers van $1,28 over het eerste half jaar daardoor 'slechts' €225 miljoen. Tegelijkertijd dreigde een verdere afname door het EU-verbod op tabaksreclame, dat per 31 juli 2005 van kracht werd en door veel landen elders in de wereld wordt gevolgd. Het overgrote deel van het Ferrari-budget komt voort uit de hoofdsponsoring van tabaksfabrikant Philip Morris. De producent van Marlboro sigaretten was de afgelopen jaren verantwoordelijk voor een slordige $60 miljoen per jaar.

Door de afnemende mogelijkheden om haar belangrijkste merk te promoten, was de kans groot dat Philip Morris zich na ruim 30 jaar prominente aanwezigheid terug zou trekken, maar niets bleek minder waar. In Monza werd een nieuwe overeenkomst gesloten tot 2011. Saillant is hierbij dat de bijdrage van het merk wordt vergroot in ruil voor de commerciële rechten op de Ferrari kleurstelling. Philip Morris garandeert Ferrari met andere woorden een aanzienlijk bedrag, terwijl subsponsors zoals Vodafone en Shell voor ruimte op de Ferrari betalen aan Philip Morris. Een opmerkelijke ontwikkeling die onderschrijft hoe zeer Ferrari het geld nodig heeft om het team op de rails te houden én competitief te blijven.

Een ander signaal in die richting was feitelijk ook al de nieuwe Concorde Overeenkomst die Ferrari toch vrij plotseling sloot met de FIA en Bernie Ecclestone, waarin ze als eerste team deelname aan het Formule 1 Wereldkampioenschap na 2007 toezegde. Het sluiten van die overeenkomst leverde Ferrari naar verluidt een directe kapitaalinjectie op van enkele tientallen miljoenen dollars en vergroot per direct het aandeel van de Scuderia in de verdeling van de televisiegelden. 

De vraag is of Ferrari veel tijd wordt gegund om haar zaken weer op orde te krijgen, want in de wandelgangen gaan stemmen op dat de bestuurders van FIAT nu wel oren hebben naar een beursgang van Ferrari. De totale waarde van het Ferrari-merk wordt door beursinstanties geschat op zo'n €1,8 miljard. Een beursgang zou een meervoud daarvan opleveren en de prijs van FIAT's aandelen in 'Maranello' opdrijven. Of Luca di Montezemolo, sinds de dood van Umberto Agnelli bestuursvoorzitter van FIAT, nog steeds overtuigd is van zijn eens zo glorieuze idee mag echter worden betwijfeld. In de huidige situatie zou een beursgang Ferrari eerder kwetsbaarder maken dan goed doen. 

Een beursgang impliceert dat over het algemeen dat er een behoudender beleid moet worden gevoerd om grote schommelingen in de koers te voorkomen. Bedrijven die een beursgang aan gaan richten zich over het algemeen meer op hun kerntaken en stoten andere, minder winstgevende activiteiten af. Een lancering van een 'Tifosi IPO', een uitgifte van aandelen aan geïnteresseerde Ferrari-fans zou als voordeel hebben dat het aandelenpakket zodanig zou worden versplinterd dat de zeggenschapsrechten over het bedrijf geen issue zouden vormen. Niettemin zou Ferrari hoe dan ook de controle verliezen over die aandelen en het niet kunnen voorkomen wanneer een grote investeerder die uitstaande aandelen tegen een riante prijs zou willen kopen.

Di Montezemolo kan bovendien putten uit een keur aan voorbeelden waarbij een beursgang van een aan sport gerelateerde organisatie geen succes is gebleken. Zo zijn zowel Ajax als Juventus in de afgelopen tien jaar naar de beurs gegaan. Zij hebben zij hun sportieve beleid regelmatig ondergeschikt moeten maken aan het belang van een stabiele beurskoers. Iets wat ook in het geval van een beursgang van Ferrari niet ondenkbaar gevolgen zou hebben voor de 'Gestione Sportiva', het team. Formule 1 is in toenemende mate een krachtenspel geworden tussen de grote fabrikanten en is voor een kleine, ambachtelijke organisatie als Ferrari als kostengevende activiteit moeilijk te verantwoorden. Wanneer de aandelen in handen komen van investeerders die uit zijn op een korte termijn rendement, zouden de Formule 1-activiteiten ondanks de rijke historie van het team onder druk kunnen komen te staan.

 

Luca Di Montezemolo bevindt zich deze dagen in een bijna onmogelijke tweestrijd. Enerzijds moet hij als bestuursvoorzitter van FIAT de belangen dienen van een van de belangrijkste industriëlen van Italië, maar anderzijds is hij nog altijd Ferrarist in hart en nieren en ziet hij het als zijn plicht het bedrijf van zijn oude leermeester Enzo Ferrari naar behoren voort te zetten. Als voorzitter van het FIAT-bestuur en afgevaardigde van de Agnelli-familie heeft hij verregaande invloed op de besluitvorming, maar tegelijkertijd zal hij de ogen niet kunnen sluiten wanneer de feiten voor zich spreken.

Met de aankomende veranderingen binnen Ferrari - naar verluidt zou Jean Todt zijn contract na 2006 niet willen verlengen, het nabije stoppen van Michael Schumacher en de aflopende contracten van diverse sleutelfiguren - staat Di Montezemolo voor de loodzware opgave Ferrari naar rustiger vaarwater te loodsen. Het liefst buiten het bereik van de FIAT-bazen, maar tegelijkertijd met een eerlijke kans op een zelfstandige toekomst. De kritiek die er eerder was dat de flamboyante Italiaan zijn aandacht te veel zou moeten verdelen over FIAT en Ferrari is inmiddels wel verstomd. Als er iemand is die Ferrari in deze periode door het vuur sleept, dan is het Di Montezemolo...

 

 

Ferrari heeft het, vijf jaar na Schumachers eerste wereldtitel voor Ferrari, zwaar.

 

 

Begin 2001 voorzag Ferrari-president Luca di Montezemolo een beursgang voor Ferrari.

 

 

Donkere wolken boven moederbedrijf FIAT dat 2002 afsloot met een recordverlies van $3,2 miljard.

 

 

Buiten Di Montezemolo om werd 34 procent van FIAT's aandelen Ferrari verkocht aan Mediobanca.

 

 

De wederopbouw van Maserati werd een groot succes. FIAT maakte het merk echter los van Ferrari.

 

 

Investeringen in een nieuw hoofdkwartier en constructiehallen drukken zwaar op Ferrari's begroting.

 

 

Hoewel er weinig mogelijkheden zijn voor promotie van tabaksproducten, verlengde Philip Morris het sponsorcontract tot 2011.

 

 

Ferrari sloot al een overeenkomst met Bernie Ecclestone en de FIA die het team ook na 2007 aan Formule 1 verbindt.

 

 

Luca di Montezemolo bevindt zich in een onmogelijke tweestrijd, maar zal het bedrijf van zijn oude meester altijd koesteren.