www.f1-planet.com - Special: The Fight Of The Future
THE FIGHT OF THE FUTURE

 

 

 

Vier weken voor de start van het nieuwe seizoen staat de Formule 1 voor een showdown die zijn weerga niet kent. Niet alleen op het circuit, ook ernaast, want daar laaien de discussies op over de toekomst van de sport. Het Concorde Verdrag dat de teams formeel aan de Formule 1 bindt, gaat haar laatste drie seizoenen in en dus gaan er in de komende tijd belangrijke beslissingen vallen.   

 

 

 

Het zijn zorgelijke tijden voor Bernie Ecclestone. De houder van de commerciële rechten van de Formule 1 staat voor een twee-frontenoorlog. Enerzijds zijn er de slepende rechtszaken tegen het bankenconsortium dat meer zeggenschap eist in het dagelijkse reilen en zeilen van de sport en anderzijds is er het aflopende Concorde Verdrag en het front dat nog altijd wordt gevormd door de fabrikanten die zijn verenigd in het GPWC. Er staat veel op het spel, want met de machtsstrijd is direct de toekomst van de sport gemoeid.

Al sinds het prille begin van het Wereldkampioenschap heeft de sport die extra, politieke dimensie gehad. Steeds was er het machtsspel tussen de FIA, de organisatoren van de Grands Prix, de teameigenaren en later ook de commerciële uitbaters dat de gemoederen buiten de wedstrijden om flink bezighield. In de jaren '50 en '60 lag de macht bij de organisatoren van de wedstrijden, veelal de machtige en rijke nationale automobielfederaties. Zij waren verantwoordelijk voor de verdeling van de start- en prijzengelden en streken bovendien de opbrengsten van de evenementen op. De FIA vormde daarbij het machtige overkoepelende orgaan dat de regels stelde en toezag op een ordelijk verloop. Het waren moeilijke tijden voor de teameigenaren, die maar een klein deel van de opbrengsten terugzagen, maar wel iedere twee weken verwacht werden op de circuits.

Het zou echter tot medio jaren '70 duren voordat de teams daar effectief tegen in opstand kwamen. De FISA had de contracten met de circuiteigenaren en de teams misten tot op dat moment de organisatie om een tegenwicht te vormen. Dat veranderde toen Brabham-eigenaar Bernie Ecclestone de leiding nam over de vereniging van teameigenaren, de Formula One Constructors Association, kortweg FOCA. Onder zijn leiding werd de FIA onder druk gezet voor een betere verdeling van de inkomsten en zeggenschap over het reilen en zeilen van de sport. Het zou eindigen in een keiharde strijd tussen Ecclestone en FISA-president Jean Marie Balestre, die zijn ontknoping vond in 1981 toen er vlak voor de start van het seizoen twee verschillende kalenders voor het seizoen in omloop waren: die van de FISA en de alternatieve kalender opgesteld door de teameigenaren. Onder Ecclestone's leiding werden contracten gesloten met circuits die buiten de macht van de macht van de FISA lagen en bracht andere bestaande organisatoren in tweestrijd door ook hen te binden aan contracten.

Het seizoen 1981 dreigde aan de politieke strubbelingen ten onder te gaan, maar uiteindelijk zou Ecclestone de strijd in zijn voordeel beslechten op één cruciaal punt: de commerciële rechten. Doordat hij die had verworven had hij feitelijk het geld achter zich om de sport weer te laten opbloeien. De FISA moest zich tegen Balestres zin schikken in een rol van regelgevende autoriteit. Het was een cruciale ontwikkeling die uiteindelijk aan de basis lag van het succes dat de Formule 1 tegenwoordig wereldwijd is.

 

Bijna vijfentwintig jaar nadat de FISA/FOCA-oorlog op zijn hevigst was, staat de Formule 1 voor een nieuwe machtsstrijd. Nu is het Ecclestone zelf die onder druk staat en als het aan de teams en fabrikanten ligt, fors zal moeten inleveren. Tegelijkertijd is de FIA onder leiding van president Max Mosley een campagne begonnen voor een grotere invloed van de internationale automobielfederatie. Centraal staat het Concorde Verdrag, vernoemd naar het vliegtuig waarin destijds de basis zou zijn gelegd voor het verdrag dat de teams formeel aan Ecclestone en zijn Formula One Management verbond. Sinds het begin van de jaren '80 is dat de formele basis geweest, waarin de verdeling van de inkomsten en zeggenschap zijn bepaald. Gedurende de decennia is het verdrag een aantal keren verlengd en aangepast, maar haar functie als de hoeksteen van de sport heeft ze altijd behouden. 

Inmiddels nadert de datum waarop het verdrag verloopt. Aan het einde van 2007 zijn de teams in principe contractvrij. Het ligt voor de hand om het succes te handhaven en voor een verlenging van de overeenkomst te tekenen, maar daarvoor hebben de teams een aantal concrete eisen op tafel gelegd. Nu nog delen zij maar voor 25 procent in de totale inkomsten van de sport; het overgrote deel gaat naar Ecclestone en de aandeelhouders van zijn bedrijf SLEC, dat de commerciële rechten van de sport houdt. De sport heeft in de afgelopen jaren een belangrijke verandering ondergaan door het toegenomen belang in de sport van de fabrikanten. Die hebben gezamenlijk de kapitaalkracht en invloed om Ecclestone's reikwijdte te evenaren, mochten de partijen er niet uitkomen. 

De oprichting van het GPWC, waarin de fabrikanten zich verenigden was lange tijd een presmiddel om Ecclestone en SLEC met verbeterde voorwaarden te laten komen. Een en ander werd echter bemoeilijkt door het feit dat de banken die gezamenlijk 75 procent van de aandelen in Ecclestone's bedrijf hebben niet zonder meer willen inleveren. Voor hen is slechts de waarde van de aandelen van belang. Het inleveren van macht en middelen zou zeker op korte termijn ten koste gaan van die aandeelhouderswaarde. Het bracht Ecclestone in een tweestrijd, die hem feitelijk aan handen en voeten bond. Met de aankomende rechtszaak tegen de banken kon hij zich geen eigenhandige beslissingen veroorloven, maar tegelijkertijd was haast geboden om de toekomst van de sport veilig te stellen.

Een van de weinige mogelijkheden om een doorbraak te forceren was te zorgen dat hij Ferrari aan zijn kant kreeg. De Scuderia is van alle teams nog altijd veruit de meest vooraanstaande en het meest invloedrijk. Hoewel een aantal teambazen er anders over denkt, zouden maar weinigen zich een  Formule 1 zonder de aanwezigheid van Ferrari kunnen voorstellen. Met Ferrari aan zijn zijde zou Ecclestone de druk op de andere teams opvoeren. Maar Ferrari was juist een van de grootste voorvechters van meer invloed voor de constructeurs en een spil in het GPWC, dat na het vertrek van Ford uit balans was gebracht.

Desondanks koos de Scuderia twee weken geleden Ecclestone's kant, nadat die klaarblijkelijk met voorwaarden kwam die hen deed besluiten de strijd met het GPWC te staken. Voor de andere teams kwam die keuze als een donderslag bij heldere hemel. Het deed de verhoudingen tussen Maranello en de rest van de Formule 1 andermaal geen goed. Eerst al had Ferrari het voorstel tot testbeperking geboycot en nu koos ze hals over kop de kant van Ecclestone en FIA-president Max Mosley, die al op de zaken vooruit liep door een verlenging van het Concorde Verdrag aan te kondigen.

De vraag is nu in hoeverre de andere teams nog een machtsbasis hebben om voor hun eisen gehoor te vinden. Met het verlies van Ferrari missen ze niet alleen de belangrijkste voorvechter, maar bovendien belangrijke commerciële waarde wanneer het tot een rivaliserende serie zou komen. Zodanig, dat mag worden afgevraagd dat zelfs wanneer negen teams zich zouden afsplitsen, dit voldoende interesse zou wekken om de sport op dezelfde voet door te zetten.

Het lijkt er dus op dat de teams op lange termijn wel over de brug moeten komen, maar tot die tijd is de situatie er niet gemakkelijker op geworden. Aan de belangrijkste doelen van het GPWC is voorlopig afbreuk gedaan door het feit dat Ecclestone Ferrari aan zich heeft gebonden: de transparantie en gelijkheid in opbrengsten en invloed. Verwacht mag worden dat Ferrari de privileges die ze van oudsher heeft zal behouden en er bovendien fors op vooruit gaat wat betreft de verdeling van de inkomsten.

 

Een nieuwe koude oorlog lijkt in de maak, nu de negen teams de door Mosley geïnitieerde bijeenkomst over de toekomst van de sport hebben genegeerd. Zij vonden het, logischerwijs te vroeg om te spreken over 2008 en verder zonder dat er een concrete overeenkomst is voor die periode. Het feit dat Mosley de vergadering toch door liet gaan, zij het alleen bijgewoond door Ferrari, zal de gemoederen niet bepaald tot bedaren hebben gebracht. 

Toch is wat Mosley betreft haast geboden, want zijn ambtstermijn verloopt in oktober. Er is hem én Bernie Ecclestone, die zich verder opvallend in stilte hult, er veel aan gelegen voor die tijd tot een akkoord te komen. Een nieuw verdrag zou de sport verzekeren van nieuwe inkomstenstromen die investeringen mogelijk maken en de huidige discussies over kostenbesparingen wat zouden relativeren. Dat laatste zou bovendien de druk van het bankenconsortium op Ecclestone wat doen afnemen. Zij zullen nu niet anders kunnen dan onderkennen dat hij nog altijd de juiste persoon op de juiste plaats is. Nu onder de teambazen bovendien een groot aantal nieuwe gezichten zijn na managementwissels bij B.A.R., Red Bull en Jordan, was het een goed gekozen moment om de eerste troef uit te spelen.

De tweede volgde al snel, toen in de afgelopen week duidelijk werd dat Ecclestone de steun geniet van naar verluidt '98 procent' van de benaderde Grand Prix-organisatoren. Niet verwonderlijk, want in veel van de gevallen heeft Ecclestone zelf een dikke vinger in de pap waar het de promotie van de evenementen betreft. Het stelt het GPWC voor een nieuw probleem, want nog altijd wordt een groot aantal van de wedstrijden georganiseerd door de automobielverenigingen. Zonder hun steun is het in een aantal landen uiterst moeizaam om wedstrijden te organiseren. Al helemaal wanneer de FIA bovendien neigt de nieuwe serie niet serieus te nemen. 

Desondanks moeten de negen teams niet worden onderschat. Met alleen Ferrari heeft de FIA nog geen wereldkampioenschap. Honda en Toyota, die voorheen neutraal waren in de discussies, neigen de kant van het GPWC te kiezen. Samen met Mercedes, Renault, BMW en de resterende privé-teams kunnen zij wel degelijk een vuist maken, maar eenheid zal daarbij het sleutelwoord zijn. En vooral dat laatste zal de komende tijd onder zware druk komen te staan nu het er alle schijn van heeft dat de strijd om de toekomst van de Formule 1 de komende tijd in alle hevigheid voort zal woeden.

 

 

Bernie Ecclestone moet op twee fronten strijd leveren om zijn imperium overeind te houden.

 

 

Frank Williams en Jean Marie Balestre: Lange tijd zaten de teambazen in de tang bij de organisatoren en de FIA.

 

 

Onder druk van Ecclestone moest Balestre uiteindelijk inbinden.

 

 

Nu het Concorde Verdrag binnen drie jaar afloopt, eisen de teams meer inkomsten en zeggenschap.

 

 

Ecclestone kreeg Ferrari aan zijn kant en heeft daarmee een belangrijke troef in handen.

 

 

Luca di Montezemolo was juist een van de voorvechters van het GPWC, maar kon Bernies voorwaarden niet afslaan.

 

 

FIA-president Max Mosley nodigde de teams uit tot een gesprek over de toekomst, maar dat werd massaal genegeerd.

 

 

Nu er een groot aantal nieuwe gezichten zijn onder de teambazen was het een slim gekozen moment.