www.f1-planet.com - Special: The Hard Goodbye
       
     
 
REBELS WITH A CAUSE

 

 

Het stond al bijna een jaar vast, maar in China werd definitief afscheid genomen van Jordan Grand Prix, dat in 2006 opgaat in Midland F1. Feitelijk was die transformatie er al gedurende 2005, maar het team bleef in de overbekende gele kleurstelling rijden. Van Eddie's Rebellenclub was eigenlijk na 2004 al geen sprake meer... 

 

 

 

Hij had het er zichtbaar moeilijk mee. De momenten dat Eddie Jordan zich in 2005 in de media uitliet over de Formule 1 en zijn voormalige team was er toch wel sprake van wat weemoed. Zoals hij het zelf stelde, was hij blij dat hij de toekomst van het team door de verkoop had kunnen veiligstellen, maar diep in zijn hart viel het afscheid Jordan zwaar. Er waren ruim twee decennia aan vooraf gegaan, want als een van de weinige teams had Jordan Grand Prix zich met succes een weg gebaand door de verschillende autosportklassen, om uiteindelijk in 1991 te debuteren in de Formule 1. 

In dat allereerste seizoen baarde Jordan Grand Prix al direct opzien. Andrea de Cesaris en Bertrant Gachot wisten de Jordan 191 met de karakteristieke 7Up-kleurstelling al vanaf het begin in de subtop te kwalificeren. De auto, ontworpen door Gary Anderson die relatief nieuw was in de Formule 1, miste in eerste instantie betrouwbaarheid, maar zou vervolgens halverwege het jaar een vaste waarde worden in de punten en de grote namen als Tyrrell en Lotus voortdurend voor blijven. Het grootste probleem vormde echter het geld. Jordan had de kosten van het runnen van een F1-team onderschat en om het einde van het seizoen te halen aasde hij op het geld van Mercedes-Benz, dat grof wilde betalen om een van haar protégé's Formule 1-ervaring op te laten doen. Het was niemand minder dan Michael Schumacher.

Het lot bleek aan Jordan's en Schumachers zijde, want half augustus kwam er het bericht dat Bertrant Gachot in Engeland vast zat voor een geweldsdelict. Hij zou daardoor zeker zijn thuisrace op Spa gaan missen. Schumacher kon daardoor debuteren en maakte grote indruk door de Jordan bij zijn debuut als zevende te kwalificeren. In de race zou hij nog geen kilometer ver komen door een koppelingsprobleem, maar de toon leek gezet. Ware het niet dat de Duitser twee weken later niet voor Jordan, maar voor Benetton reed. De intentieverklaring die was getekend tussen beide partijen bleek niet van voldoende waarde om Schumacher ervan te weerhouden een lucratief contract te tekenen bij het team van Flavio Briatore. Eddie Jordan bleef met lege handen en zou het later de grootste fout in zijn carričre noemen.

1992 werd een moeilijk jaar voor het Engelse team. De 192 werd aangedreven door de weinig betrouwbare Yamaha-motor. Het team kwam technisch veel tekort ten opzichte van de topteams die met geavanceerd traction control en actieve wielophangingen de vloer aanveegden met de concurrentie. De coureurs, Mauricio Gugelmin en Stefano Modena, konden geen indruk maken en haalden bij elkaar maar zes keer de finish.

Financieel had Jordan het in die jaren zwaar. Het kon ondanks de ontstellende resultaten toch rekenen op sponsoring van Sasol en Barclay. Het team verscheen aan de start met de jonge Rubens Barrichello en de ervaren, maar gewezen Italiaan Ivan Capelli. De laatste zocht naar eerherstel, nadat zijn seizoen bij Ferrari naast Jean Alesi was uitgedraaid in een teleurstelling. Opnieuw waren technische problemen aan de orde van de dag en als het team finishte, was dat buiten de punten. Aan het einde van dat seizoen haalde Jordan echter wel het nieuws met de uitgesproken Noord-Ier, Eddie Irvine, die in Suzuka de woede van Ayrton Senna over zich afriep toen hij zich van een ronde achterstand wilde ontdoen. Het resulteerde voor Irvine in de fameuze klap in het gezicht van de uitzinnige Braziliaan.

Na dat die rel hoopte Jordan in 1994 positiever in het nieuws te komen, maar Eddie Irvine liet van die hoop weinig heel. Al in de eerste race raakte hij in opspraak na een race-ongeval met Jos Verstappen en Martin Brundle, waarbij wonderwel geen slachtoffers vielen. Irvine werd aangewezen als de schuldige en kreeg een schorsing van drie wedstrijden. Een race later had het team eindelijk wat te vieren: Rubens Barrichello eindigde in de Pacific verrassend op het podium. Het was een belangrijk wapenfeit voor het team, dat voor 1995 op zoek was naar sterkere motoren.

Gedurende de seizoenen '94 en '95 groeide het team in professionaliteit. Met Rubens Barrichello en Eddie Irvine had ze voor het eerst twee capabele coureurs, die elkaar ondanks de nodige conflicten opdreven. In '95 volgde een podiumdubbel met Barrichello als tweede en Irvine als derde achter de gevierde winnaar Jean Alesi. De Peugeot-motor miste de nodige betrouwbaarheid, maar als de finish werd gehaald, dan was dat meestal in de punten. 

Na 1995 vertrok Eddie Irvine naar Ferrari en versterkte de ervaren Brit Martin Brundle de gelederen. Een belangrijk wapenfeit voor het team in de winter van 1996 was de sponsoring van sigarettenfabrikant Gallaher, dat vanaf 1996 het merk Benson&Hedges op de Jordan promootte. De betrouwbaarheid verbeterde en Barrichello en Brundle finishen geregeld in de punten. Voor de derde keer finishte het team als vijfde bij de constructeurs.

In 1997 begon Jordan met twee nieuwe coureurs: Ralf Schumacher en Giancarlo Fisichella versterkten het jonge, rebelse imago dat het team wilde uitdragen. Een vervaarlijke slang werd afgebeeld op de neus van de 197 en met bloedmooie modellen in de pitstraat wist het team met succes de aandacht op zich te vestigen. Maar ook de resultaten op de baan mochten er zijn. Al in zijn derde race finishte Ralf Schumacher op het podium, zij het na een ongelukkige aanvaring met zijn teamgenoot. In Hockenheim leek Fisichella op een stunt af te stevenen toen hij om de zege kon strijden met Gerhard Berger en op een bepaald moment sneller was dan de ervaren Oostenrijker. Een lekke band gooide roet in het eten, maar de toon van Jordan's nieuwe opmars was gezet.

Het droeg er mede aan bij dat EJ voor 1998 ex-wereldkampioen Damon Hill kon contracteren. De Engelsman verving de naar Benetton vertrokken Fisichella. Met de Mugen-Honda motor leek het team er aanvankelijk niet beter op geworden, maar halverwege het seizoen verbeterde de betrouwbaarheid en op een verregend Spa volgde een memorabele wedstrijd. In een race, waarin de meest gevestigde namen moesten opgeven, bleven Hill en Ralf Schumacher overeind en haalden ze een klinkende dubbel binnen voor een uitzinnige Eddie Jordan. Na 142 wedstrijden was de eerste overwinning voor het team een feit.

In 1999 kreeg de alliantie met Mugen-Honda een verrassende wending. Aanvankelijk leek Mugen, een dochteronderneming van het Japanse merk te worden geofferd voor het nieuwe Honda-project, maar door de dood van ontwerper Harvey Postlethwaite zou dat project worden stilgezet en kreeg Mugen aanzienlijk meer ruimte van Honda, dat nu toewerkte naar haar terugkeer in 2000 met B.A.R. Het zorgde ervoor dat Heinz-Harald Frentzen en Damon Hill met de top mee konden strijden voor podiums, maar de Jordan 199 bleek Hill niet te liggen. Waar Frentzen podium na podium behaalde, leek de oud-wereldkampioen verloren in het middenveld. Halverwege het jaar was er zelfs sprake van dat hij het seizoen niet zou afmaken, maar onder druk van Jordan en de sponsors besloot hij toch te blijven.

Op een verregend Magny-Cours bleek Frentzen de beste strategie te hebben. De Duitser bleef met een stop minder Mika Hakkinen voor en pakte zo voor zichzelf en voor Jordan de tweede overwinning. Het team leek gedurende de zomer ontketend en werd het derde team achter McLaren en Ferrari. In Monza zat Frentzen op het vinkentouw toen Mika Hakkinen de McLaren verloor in de chicane. Een sterke race zorgde ervoor dat Frentzen wederom een overwinning binnensleepte. Voor Eddie Jordan persoonlijk de mooiste, omdat het de enige was die op een droge baan werd behaald.

Het zijn resultaten die in 2000 maar moeilijk te evenaren bleken. Honda leek alle inzet te scharen achter B.A.R. en het kleine Mugen had na 1999 nauwelijks progressie geboekt. Veel mechanische defecten weerhielden Frentzen en de van Prost gekomen Jarno Trulli van goede resultaten in de races. Een derde plaats van Frentzen aan het begin van het seizoen bleek het hoogst haalbare. Het team sloot het jaar teleurstellend als zesde af bij de constructeurs, achter Benetton en Williams.

Niettemin had het team voor 2001 de zekerheid over Honda-motoren, nadat het Japanse merk alsnog Mugen heeft teruggetrokken. Het moest de aandacht echter delen met B.A.R., dat in tegenstelling tot Jordan wel sterk begon in 2001. Waar Jacques Villeneuve voor B.A.R. het eerste podium behaalde, viel Jordan er steeds net buiten. Het rommelde binnen het team, want de band tussen Eddie Jordan en Frentzen verslechterde zienderogen onder de frustratie van uitblijvende resultaten. Halverwege het jaar moest de Duitser hals-over-kop vertrekken en was het Jordan's oud-F3000 protégé Jean Alesi die zijn positie overnam. In wat zijn laatste races in de Formule 1 zouden zijn kon ook Alesi echter geen indruk maken. Met een vijfde plaats bij de constructeurs, nog achter Sauber kon Jordan alleen maar toegeven dat zijn team kansen had laten liggen.

2002 begon weinig positief. Jordan had de steun van enkele belangrijke sponsors verloren en door de recessie die volgde op de gebeurtenissen van 11 september moest het team het met een aanzienlijk lager budget stellen. Eerder waren er al gedwongen ontslagen geweest en nu verlieten ook enkele kopstukken van het eerste uur het team, waaronder Trevor Foster, tot op dat moment de rechterhand van Jordan. Het seizoen eindigde in een blamage. Er werden slechts negen punten gescoord. De teruggekeerde Giancarlo Fisichella was evenals nieuwkomer Takuma Sato machteloos in de dramatisch onbetrouwbare EJ10.

Jordan moest na 2002 inzien dat de jaren aan de top ver achter hem lagen. Honda had het team verlaten en gedurende de winter moest hij knokken om zijn team overeind te houden. Ralph Firman's aanstelling zorgde ervoor dat hij het vertrouwen van hoofdsponsor Gallaher behield, maar de resultaten werden er niet beter op. Het team was onder normale omstandigheden kansloos voor punten, maar ook nu was er weer zo'n uitschieter, waarin Jordan op z'n best was: in Brazilië was het nat en chaotisch. Wederom schoven grote namen van de baan, maar het was Fisichella die de Jordan in het rechte spoor hield en op de regenbanden van Bridgestone Kimi Räikkönen passeerde voor de leiding. Momenten later werd de race afgevlagd na een tweetal zware crashes, maar uiteindelijk na de nodige controverse was de vierde en tevens laatste overwinning voor Jordan een feit. Er zouden na Brazilië in dat jaar nog maar drie punten extra worden gescoord.

In 2004 ruilde de Italiaan van team met Nick Heidfeld, die de omgekeerde weg van Sauber naar Jordan bewandelde. Nog altijd kampte het team met een te klein budget om serieus mee te doen en Jordan was inmiddels echt naar de achterkant van de grid geschoven. Heidfeld reed niettemin een kranig seizoen, uiteindelijk resulterend in twee puntfinishes. Maar het vuurtje leek definitief uitgedoofd. Gedurende 2004 bleven nieuwe sponsors uit; Giorgio Pantano voldeed niet aan zijn financiële verplichtingen en het was hoogst onzeker of Jordan de strijd om in maart weer op de grid te staan zou winnen. Begin januari 2005 was het na weken van geruchten definitief: Jordan werd verkocht aan staalmagnaat Midland en Eddie Jordan vertrok. 

Opnieuw kon Jordan dit jaar profiteren van omstandigheden, toen de Michelinteams zich met bandenproblemen moesten terugtrekken uit de Grand Prix van de VS. Het zorgde ervoor dat Tiago Monteiro en Narain Karthikeyan achter de beide Ferrari's finishen, met Monteiro op het podium. De score van twaalf punten in haar laatste jaar misstaat daardoor niet, maar in feite was Jordan allang niet meer het zo strijdlustige, frivole Engelse team dat het eens was... 

 

 

Eddie Jordan had het zichtbaar moeilijk met de beslissing het team te verkopen.

 

 

Een succesvolle opmars: in 1989 werd Jordan kampioen in de Formule 3000 met Jean Alesi. 

 

 

In 1991 debuteerde het team met de  karakteristieke 7Up-kleurstelling.

 

 

Rubens Barrichello debuteerde in 1993 voor Jordan.

 

 

Vanaf 1996 werd het team gesteund door het sigarettenmerk Benson & Hedges.

 

 

Damon Hill en Ralf Schumacher pakten een onwaarschijnlijke dubbelzege voor Jordan op een nat Spa in 1998.

 

 

Heinz-Harald Frentzen leidde Jordan in 1999 met twee zeges naar de derde plaats in het Constructeurskampioenschap.

 

 

In de jaren die volgden vielen de resultaten tegen. Trulli en Frentzen vielen vaak uit.

 

 

In de regen van Interlagos behaalde Giancarlo Fisichella Jordan's laatste overwinning.

 

 

Na vijftien jaar behoort de Rebellenclub van de Formule 1 definitief tot het verleden.