www.f1-planet.com - Special: Power Versus Passion
DONKERE WOLKEN BOVEN SPA

 

 

 

Donkere wolken pakken zich samen boven Spa-Francorchamps. In de afgelopen weken waren onze zuiderburen in rep en roer over de overeenkomst voor de Grand Prix van België met Bernie Ecclestone. Na het faillissement van de organisator staat de race op het circuit van Spa plotseling op losse schroeven en is er in Wallonië sprake van een politiek schandaal... 

 

 

 

Het Circuit van Spa-Francorchamps ligt er deze dagen maar wat mistroostig bij. Het raceseizoen is afgelopen en niets doet er in het afgelegen Ardennengebied aan denken dat de 6,9 kilometer lange baan reden was voor misschien wel de grootste politieke rel van het jaar in België. Het ging dan ook al langer niet goed met het paradepaardje van het circuit, de Grand Prix van België. Spa is in vrijwel alles de tegenpool van wat Formule 1 is in 2005. Her en der in de wereld verrijzen ultramoderne circuits met de meest geavanceerde faciliteiten. Daar waar Spa al jarenlang is wat het is: geen paddockclub, geen overdekte tribunes, geen op-en-top hotelaccommodaties in de nabije omtrek, een verouderd pitcomplex en een wegennet wat de drukte van een Grand Prix nauwelijks kan verwerken.

Ondanks dat alles keerde de Grand Prix van België in 2004 na een jaar afwezigheid terug op de kalender. Fans en coureurs waren massaal in het geweer gekomen nadat Bernie Ecclestone de klassieker zonder blikken of blozen had geofferd. De Waalse overheid had besloten nog voor het ingaan van het EU-verbod in 2005 tabaksreclame binnen de grenzen van het gewest te verbieden. Het betekende dat België na Engeland en Frankrijk het derde Europese land zou worden waar tabaksreclame van de auto's zou moeten. Iets waar Ecclestone voor paste.

 

Dat laatste is achteraf bezien van cruciaal belang geweest in wat zich in de afgelopen maanden zou afspelen. De rentree van de Grand Prix van België ging gepaard met een nieuw contract, dat de Formule 1 tot 2010 naar België zou brengen, met een optie voor nog eens vijf jaar. Tot 2002 was het steeds een van Bernie Ecclestone's bedrijven geweest die de promotie van het evenement voor zijn rekening nam, maar nu was er een nieuwe promoter: Didier Defourny was een succesvol impresario in de muziekindustrie, GT-privateer en als fervent racefanaat was het voor hem een prestigeproject om de Grand Prix te organiseren.

Defourny moest echter al snel onder ogen zien dat het organiseren van een Grand Prix vele malen ingewikkelder is dan een concert. Al bij de terugkeer van de Formule 1 in 2004 bleven de toeschouwersaantallen ver achter bij de begroting: slechts 57.000 mensen zagen Kimi Räikkönen zijn eerste en enige overwinning van het jaar behalen. Bijna een halvering van het aantal dat in 2002 nog langs de baan zat. Dit jaar viel dat aantal nog eens verder terug tot slechts 53.000 toeschouwers op raceday. Het tweede opeenvolgende zware verlies werd Defourny's bedrijf DDF1 uiteindelijk te veel. Het tekort zou inmiddels zijn opgelopen tot meer dan € 20 miljoen. Begin november werd officieel faillissement aangevraagd voor het bedrijf.

En daarmee begonnen de problemen voor de Waalse overheid. Toen in 2003 de onderhandelingen over een terugkeer van de Formule 1 naar België werd besproken met Bernie Ecclestone, eiste die een garantie van de deelregering. Die moest borg staan voor de organisatie van de Grand Prix. De toenmalige minister van Economische Zaken van Wallonië Serge Kubla onderhandelde namens het gewest met de F1-preses en herinnert zich de onderhandelingen als volgt: "Toen ik met Bernie Ecclestone onderhandelde om de Grand Prix terug te krijgen, stelde hij drie voorwaarden: een wijziging van de tabakswetgeving, het vinden van een organisator en een garantie voor doorgang van het evenement. We hebben de wetgeving op tabaksreclame gewijzigd. Er kwam een organisator, maar de regering heeft altijd geweigerd een garantie af te geven".

Desondanks werd een nieuwe overeenkomst ondertekend die bepaalde dat de Waalse regering van 2004 tot 2010 borg staat voor een bedrag van € 14 miljoen per jaar in 2004 en een jaarlijkse toename van dat bedrag met vijf procent in de jaren daarna. Het contract werd ondertekend door Jean-Marie Happart, de toenmalige premier van Wallonië, die het naar eigen zeggen ondertekende 'zonder het document te hebben gelezen'. Ongeacht of de Grand Prix ook daadwerkelijk wordt verreden is Wallonië FOM tot 2010 ruim €95 miljoen schuldig en daarbij heeft Ecclestone eenzijdig de optie om de overeenkomst met nog eens vijf jaar te verlengen.

Het ondertekenen van de overeenkomst kreeg destijds nauwelijks aandacht, maar het bekend worden van het faillissement van het bedrijf van organisator Defourny deed in de Waalse politiek alle alarmbellen rinkelen. Niet alleen lag er nu de bijna onmogelijke taak om een nieuwe promoter te vinden voor een evenement dat in de afgelopen twee jaar verliesgevend is geweest, het zadelt de belastingbetaler in Wallonië bovendien op met een enorme last. Ter vergelijking: ongeacht winsten of verliezen van het evenement en eventuele steun van de federale overheid kost het 'foutje' de 3,3 miljoen Walen tot 2010 per hoofd van de bevolking zo'n € 28.

Het is dan ook niet voor niets dat de toenmalige minister van Economische Zaken Kubla door het parlement van Wallonië ter verantwoording is geroepen. Kubla verweert zich zoals hierboven weergegeven met het argument dat de regering nooit de intentie heeft gehad om een garantie af te geven. Het ontwerpcontract zou drastisch verschillen van het, uiteindelijk door Happart ondertekende, definitieve contract. Hij zou bovendien een optie tot wederopzegging hebben bedongen na twee jaar van verliesgevendheid, maar die zou onder druk van Ecclestone zijn gesneuveld.

Het schandaal plaatst het voortbestaan van de Grand Prix van België onder grote druk, want ondanks dat Ecclestone en het FOM volgens het contract verplicht zijn de Grand Prix van België tot 2010 ieder jaar op de kalender te zetten, is het een immense opgave om een nieuwe organisator te vinden voor de Grand Prix. De vooruitzichten zijn allerminst rooskleurig. Traditioneel heeft België te maken met felle concurrentie van andere Grands Prix in Duitsland (Nürburgring en Hockenheim) en Engeland die binnen een kort tijdsbestek in een relatief klein gebied worden verreden. De Duitse circuits hebben bovendien aanmerkelijk betere voorzieningen dan Spa.

Een van de grootste problemen wordt echter gevormd door het belastingsysteem. Door de decentrale regering in België is een bedrijf belastingplichtig aan zowel de federale regering, de deelregering als ook de gemeente waarin ze gevestigd is. Voor de organisator van de Grand Prix van België is vooral dat laatste nadelig gebleken, want het circuit van Spa loopt door twee gemeenten: Stavelot en Malmédy. Aan beide gemeenten is de organisator belastingplichtig en daarbij wordt entertainment, waaronder het evenement wordt geschaard, relatief zwaar belast. Het zorgde ervoor dat Didier Defourny als promoter van de Belgische Grand Prix in totaal ruim € 1,3 miljoen per jaar aan lokale entertainmentbelasting schuldig was: € 552.000 voor elk van de beide gemeenten en het restant bedrag voor het 'inter-commune' gebied, het gebied dat buiten de beide gemeenten valt. De hachelijke situatie werd tot het laatste moment aangevochten door Defourney, maar het faillissement van DDF1 kwam te vroeg om ook maar enige impact te hebben.

Onder een dergelijk belastingregime is het vrijwel onmogelijk om de Grand Prix winstgevend te maken. De forse vergoeding die door Ecclestone's Formula One Management wordt geëist plus de geraamde operationele kosten van rond de € 20 miljoen maken dat de toegangsprijzen escaleren. Dit jaar was Spa al een van de duurste wedstrijden met tickets pas vanaf    € 200 en onder de huidige omstandigheden zouden die prijzen vrijwel zeker nogmaals moeten stijgen.

Het is dan ook niet vreemd dat de fans de Grand Prix de afgelopen twee jaar links hebben laten liggen. Jarenlang was Spa het domein van uitzinnige Verstappen-fans, maar sinds de Limburger niet meer rijdt, heeft Spa zichtbaar te kampen gehad van de teruglopende interesse. De Duitse fans trekken liever naar een van de eigen circuits, die veel betere faciliteiten bieden voor bijna hetzelfde geld. De aandacht voor de nieuwe Nederlandse coureurs moet bovendien nog verder groeien en België zelf heeft weinig uitzicht op een eigen Formule 1-coureur.

Daarbij zijn er binnen de Formule 1 stromingen die Spa het liefst van de kalender zouden zien: De media moeten het stellen met zeer beperkte middelen in het perscentrum, de teams met relatief weinig ruimte in de pitboxen en op het paddock en de fotografen zijn na een incident in 2004 met de Waalse politie ook niet bepaald te spreken over de baan. Daarbij werden kort voor de race onder druk van gewapende politie-eenheden fotografen verwijderd rond La Source, omdat ze er te dicht op de baan zouden staan. Dat terwijl die bocht als een van de weinige de mogelijkheid biedt om de auto's van dichtbij te fotograferen.

Ondanks alles hebben Jean-Marie Happart - de oud-premier van Wallonië en tevens vice-voorzitter van de Societé de Promotion du Circuit Spa-Francorchamps (SPCSF) - en voorzitter Yves Bacquelaine benadrukt dat de Grote Prijs in 2006 wel degelijk plaats zal vinden. Momenteel wordt er gezocht naar oplossingen voor de financiering, maar dat blijkt zoals verwacht niet mee te vallen. Zo werd buurstaat Luxemburg benaderd om te participeren, maar bij monde van een woordvoerder van de regering-Juncker werd daar vriendelijk voor bedankt. "De huidige begrotingssituatie laat het Luxemburg niet toe financieel deel te nemen aan dit evenement", zo luidde de uitleg.

 

De komende maanden zal duidelijk moeten worden of Wallonië erin zal slagen de organisatie van de Grand Prix rond te krijgen. De financiële bepalingen in het contract dat met Formula One Management is gesloten zetten aan tot actie om in ieder geval iets voor het vele geld terug te zien, maar anderzijds lijken de kosten bij organisatie van de Grand Prix nog hoger uit te vallen, omdat winstgevendheid in de komende jaren vooralsnog een illusie lijkt. Ondanks de komst van vele Nederlanders naar het circuit voor Christijan Albers en Robert Doornbos bleven de toeschouwersaantallen in 2005 ver achter bij de prognoses. De 'schuld' van de wegblijvende toeschouwers werd door Didier Defourny overigens gelegd bij de Schumacher-fans, die het volgens hem massaal lieten afweten. 

Bovendien zal het circuit van Spa-Francorchamps in de komende jaren toe zijn aan drastische renovaties en  verbeteringen van faciliteiten en infrastructuur. Een kostenpost van nog eens meer dan € 150 miljoen. Bij zulke getallen moet zelfs de verstokte Spa-fan toegeven dat de levensvatbaarheid van de Grand Prix van België op Spa uiterst twijfelachtig is. Het is en blijft echter een prestigekwestie voor de Waalse politiek. Beëindiging van het contract zou, zeker voor de kopstukken van het SPCSF, een grote nederlaag betekenen en gezien hun politieke betrekkingen zal er daarom ook nu ongetwijfeld wel weer het een en ander door de vingers worden gezien.

 

 

Spa in 2005: veel lege plekken op de tribunes.

 

 

 

Impresario en GT-privateer Didier Defourny nam de promotie van de Grand Prix op zich.

 

 

 

Bernie Ecclestone stond erop dat de Waalse deelregering garant stond voor de Grand Prix.

 

 

 

De uitgestrekte baan van Spa loopt door twee gemeenten: Stavelot en Malmédy. Beide eisen een deel uit entertainmentbelastingen.

 

 

 

Het aantal Nederlanders op de campings rond het circuit nam na het Verstappen-tijdperk af.

 

 

 

Fotografen werden in 2004 voor de race onder druk verwijderd bij La Source door een politie- eenheid.

 

 

 

De faciliteiten op Spa zijn verouderd en slecht onderhouden.