www.f1-planet.com - Special: Power Versus Passion
THE RED FIVE IS STILL ALIVE

 

 

  Bijlage: Nigel's Dream Team
       
 

Het was alweer meer dan tien jaar geleden dat Nigel Mansell voor het laatst in competitie had gereden. Vorige maand kwam er echter een einde aan die periode toen Nigel de aller eerste Grand Prix Masters race op zijn naam bracht. 

De wedstrijd voor oud-Formule 1-coureurs bracht ongetwijfeld de nodige herinneringen terug. Herinneringen die Nigel Mansell nu exclusief op F1-Planet.com ophaalt.

 

 

 

Hij had waarschijnlijk nooit meer gedacht ooit weer zo op de hoogste trede van het podium te staan en het Engelse volkslied voor hem te horen spelen. Toch was dat de realiteit toen Nigel Mansell vorige maand na een fel gevecht met Emerson Fittipaldi de eerste Grand Prix Masters winnaar ooit werd op Kyalami in Zuid-Afrika. Het evenement toonde eens temeer aan dat een vos wel zijn haren verliest, maar nooit zijn streken. Het ging er als vanouds hard aan toe tussen de verschillende ex-Formule 1 coureurs. Ondanks het feit dat sommigen meer dan tien jaar niet meer in competitie waren uitgekomen straalde de klasse er nog altijd vanaf en werd het een uiterst interessante wedstrijd.

De sfeer tussen de deelnemende coureurs was opgetogen. De Grand Prix Masters waren er vooral om weer plezier aan het racen te beleven en dat deden ze uiteindelijk allemaal. Het bracht mooie herinneringen terug aan duels uit het verleden. Nigel Mansell haalde onlangs herinneringen op aan zijn Formule 1-carrière en zette die op papier. De wereldkampioen van 1992 exclusief over de passie, de strijd, de overwinningen en  teleurstellingen...

 

"Het zou heel mooi zijn geweest als mijn laatste overwinning in de Formule 1 in Adelaide in 1994 een van de mooiste herinneringen aan mijn carrière was. Helaas was het waarschijnlijk het slechtste moment van mijn leven. We arriveerden in Australië met de twee kemphanen, Michael Schumacher en Damon Hill die om de wereldtitel streden. Maar gun jezelf een blik in de geschiedenisboeken en je zult zien dat ik met bijna een volle seconde verschil pole position pakte. Een teken van hoe goed die ronde werkelijk was, was het feit dat zelfs Patrick Head me op m'n rug klopte en het 'Briljant' noemde. Maar ik heb klaarblijkelijk de goden verzocht met die ronde.

Ik werd apart genomen en er werd mij te verstaan gegeven  dat ik een langzame start moest maken, zodat ik niet in de weg zou rijden voor het gevecht om de titel, al zal ik geen namen noemen door wie. Maar dat was niet het enige. Ik kwam terug op zaterdagavond om het circuit na dat mooie rondje nog eens na te lopen. Tijdens de kwalificatie was Michael gecrasht bij de chicane in een poging om mijn tijd te verslaan. Het was een groot ongeluk en hij schreef daarmee chassis nummer 5 compleet af, zijn favoriete. Toen ik over het circuit keek waren er mannen aan het werk bij de chicane met asfaltbewerkingsmachines en ze waren bezig de kerbs te verleggen. Ik stopte en vroeg waar ze in godsnaam mee bezig waren. Ze antwoordden: 'Michael Schumacher had hier een ongeluk. We veranderen de bocht, omdat die gevaarlijk is'. Ik zei: 'Dat kun je niet doen. Tussen de kwalificatie en de race mag het circuit niet worden veranderd tenzij de FIA en alle betrokkenen ermee akkoord gaan. En ik ga er niet mee akkoord'. Ik kon geweldig opschieten met de Australiërs en dus deden ze wat ik zei. Ik heb ze ervan weerhouden dat ze achter mijn rug het circuit veranderden! 

Wat betreft de race, je weet wat er gebeurde. Ik maakte een slechte start, zoals me was bevolen en Michael en Damon gingen me voorbij. Ik keek van zo'n 45 meter afstand toe hoe ze het er vanaf brachten. Ze schakelden elkaar uit en ik won de race. Maar wat er vooraf gebeurde en het feit dat ik te horen kreeg dat ik kansloos was voor een Williams-stoeltje voor 1995 hebben mijn herinneringen aan die dag geen goed gedaan. Coureurs zouden zulke dingen niet moeten meemaken.

 

Ik zie mezelf als een eerlijke coureur, omdat wanneer ik in een raceauto stap - of dat nu voor een test is of voor een race - ik altijd alles geef. Het beste voorbeeld dat ik kan geven om dat te illustreren is iets wat mijn voormalige race engineer David Brown zei toen ik in 1994 terugkeerde in de F1. Ik had twee jaar niet in zo'n auto gereden, maar Williams vroeg me terug na de dood van Senna. Mijn eerste wedstrijd was op Magny Cours en binnen twee of drie minuten in de laatste kwalificatiesessie had ik de auto op provisional pole gezet. Mijn teamgenoot Damon Hill zou me uiteindelijk met 0,1 seconde verschil verslaan in de laatste seconden van de sessie. Maar toen hij terugkwam in de pit en uit de auto kwam, hijgde en zweette hij enorm. Hij zei tegen David: 'I bust my balls. I had to drive my ass off to get that pole'. David reageerde heel koeltjes en zei: 'Dat doet Nigel de hele tijd'.

Ik ben door en door een racer en mijn doorzettingsvermogen en volhardendheid hebben me populair gemaakt bij de fans. Maar ik heb ook veel mensen tegen me in het harnas gejaagd in de sport. Daarom zou ik graag gewild hebben dat ik een top manager naast me had gehad; iemand die je naast de auto helpt. Ik was naïef. Ik dacht dat je je resultaten op de baan moest laten spreken en realiseerde me niet hoe belangrijk het is om daarnaast veel te praten. Ik ben heel rechtdoorzee en ik haatte al die onzin die achter gesloten deuren plaatsvond. Ik had er spijt van dat ik de sport in 1995 de rug had toegekeerd, maar ik had het heilige vuur verloren. Er was zoveel politiek gaande dat ik er nu nog altijd niet over kan praten. Mensen kennen de echte reden niet waarom ik ben gestopt. Misschien zal ik het ooit vertellen en dan zullen er heel wat mensen vreemd opkijken.

 

In mijn tijd wist je al dat als je voorbij Ayrton Senna kwam, je waarschijnlijk een van de beste coureurs aller tijden versloeg. Mensen vergeten dat in de meeste van mijn overwinningen, Ayrton als tweede eindigde. In de meeste van zijn overwinningen finishte ik als tweede. Aan de andere kant hadden we zo onze confrontaties, ruzies, handgemenen en tal van ongelukken. Helaas heeft hij mij er vaker afgereden dan ik hem! Maar ik heb wel door zijn hoofd gespookt. Ik denk dat ik de enige coureur was die hij echt respecteerde, omdat hij wist dat hij mij niet kon intimideren. Met mij was het alles of niets. 

Een ding heeft me altijd dwarsgezeten en dat is dat coureurs altijd spontaan uit de weg gingen als ze een rood met witte auto zagen naderen in hun spiegels. Ze hebben het mij altijd veel moeilijker gemaakt - misschien omdat ze wisten dat ik niets zou riskeren waarvan zij het slachtoffer zouden kunnen worden. Maar ik zou absoluut niet zomaar uit de weg gaan voor Ayrton. Zoals ik het zag was het echt zo van: 'No way, vriend!'

Je teamgenoot is altijd je grootste vijand, omdat hij je referentiekader is. Als je sneller bent dan hij, dan zal hij ongetwijfeld kwaad op je worden. Naar buiten toe kan hij wel heel professioneel en hartelijk doen, maar van binnen kan hij je wel schieten. Hoewel sommigen er beschaafder mee omgaan dan anderen. Ik had het graag zo gehad dat als een teamgenoot sneller was dan ik, ik hem zou feliciteren en vervolgens kon achterhalen waar hij sneller was, zodat ik het kon herstellen. Maar een aantal van mijn teamgenoten bewandelden liever de politieke weg om van me te winnen.

Als ik in Alain Prost's positie was, zou ik daar ook toe geneigd zijn. Ik weet dat ik dat niet zou doen, want het is niet mijn stijl. Ik ben niet Frans, om maar eens wat te noemen! Maar ik kan het hem niet kwalijk nemen dat hij dat heeft gedaan, want hij wist dat hij ermee weg kwam. Als degene aan het roer het hem toestaat, wiens schuld is het dan? Het is als een klein jongetje dat een snoepwinkel binnenloopt en alle snoep wil kopen. Als zijn ouders het hem toestaan, dan zal hij het doen. Het viel me alleen zwaar dat ik degene was die er de nadelen van ondervond. 

Hetzelfde was vaak het geval met Nelson Piquet. Neem Silverstone in 1987. Het team wilde dat Nelson won. Ze zeiden tegen mij dat ik langzamer moest gaan rijden. Met tien ronden te gaan werd me verteld dat ik te weinig benzine aan boord had! Ik dacht 'Nee, dit is de Britse GP', dus ik negeerde ze. Ik ging Nelson voorbij aan het einde van Hangar Straight en pakte de overwinning. Het team was niet blij met mij als winnaar. De monteurs waren blij voor me, maar ze moesten er heel discreet over zijn, omdat de heren aan de pitmuur er helemaal niet blij mee waren. Maar het was mijn thuisrace, dus wat zou het?!

Wat Michael Schumacher heeft bereikt, grenst aan het ongelooflijke. Zowel Ayrton Senna, Nelson Piquet, Niki Lauda als Jackie Stewart hebben drie wereldtitels behaald, wat best knap is, maar om er zeven te winnen. Dat is echt ongelooflijk. En weet je wat? Als ik Michael was, zou ik mezelf tien wereldkampioenschappen ten doel stellen. Hij is er jong genoeg voor. 

Waarin ik hem het meest bewonder is dat hij naar McLaren had kunnen gaan wanneer hij maar wilde. Waarschijnlijk zelfs voor meer geld, maar dat deed hij niet. Hij begreep dat het enige team dat hem kon beschermen voor de politiek, het gesteggel en de donkere kant van de Formule 1, Ferrari was. Hij heeft een geweldige zakelijke beslissing genomen - en niet alleen een race beslissing - om te blijven waar hij was. Ik ben blij dat hij dat gedaan heeft en dat het zich heeft uitbetaald.

Formule 1 gaat niet alleen om het besturen van een auto. Het gaat erom dat je jezelf in de juiste positie brengt, met het juiste team, de juiste fabrikant, de juiste sponsors, de juiste monteurs enzovoort. Alle ingrediënten moeten aanwezig zijn. Michael en Ferrari hebben dat tot dit jaar zo perfect gedaan dat ze gewoon geen tegenstand hadden. Ze hebben iedereen weggevaagd.

Je droomt echt als je denkt dat welke van de jonge generatie coureurs ook maar in de buurt kan komen van Michael's prestaties. Iedereen die beweert: 'Oh, Fernando gaat dit doen' of 'Kimi gaat dat doen', begrijpt niet veel van de sport. Ik zou wat meer enthousiast kunnen worden over Räikkönen als hij een injectie kreeg met wat meer persoonlijkheid en wat levendiger ging praten. Het zou leuk zijn als hij het ook eens uitstraalde als hij een race heeft gewonnen.

Het is niet eerlijk om van hem of van Alonso te verwachten dat hij in Michael's voetsporen stapt, want die heeft de lat zo hoog gelegd. Ik ken geen van hen erg goed, maar ik weet dat er in de Formule 1 veel veranderd is sinds ik er niet meer race. Een aantal mensen zullen me nu willen afbranden, maar ik denk dat er een aantal coureurs zijn in de F1 die er niet zouden moeten zijn. En als als die hulpmiddelen er niet waren, zouden die er ook niet zijn. Ik heb vorig jaar in zo'n auto gezeten en als je nu een fout maakt in een bocht, kun je het beste vol op het gas gaan en de computer de balans verder laten uitzoeken.  Dat moest vroeger de coureur doen!

Het is heel nobel om te streven naar een situatie, waarin iedereen hetzelfde heeft, maar zo zou racen niet moeten zijn. Ik vind de manier waarop de sport zich heeft ontwikkeld erg frustrerend en teleurstellend. Een paar jaar geleden, toen ik op de toppen van mijn kunnen racete, zei Bernie Ecclestone: 'coureurs zouden moeten zijn als gloeilampen. Je moet ze erin kunnen draaien en ze ook weer kunnen vervangen'. Ik denk dat hij nu zijn zin heeft - en dat is geen goede zaak.

 

Er wordt me vaak gevraagd wat er mis is met de Formule 1. Het is heel simpel. Iedereen is te gulzig en heeft geen besef meer van waar het in de sport om draait. Aan het begin van mijn carrière had Colin Chapman een budget van £3,5 miljoen per seizoen. Tegenwoordig kun je niet meer meekomen als je niet honderden miljoenen ponden hebt. Het is buiten alle proporties. De reglementen moeten strikter worden om de kosten omlaag te brengen. Als er een shake-up komt, trekt dat nieuwe teams aan en dat zorgt voor een vol startveld. Het is een feit dat we 36 auto's hadden in de jaren '80. We hadden pre-kwalificatie, waarin het veld werd teruggebracht tot dertig auto's en maar 26 zouden de startopstelling halen voor de race. Het zorgde ervoor dat zelfs de kwalificatie spannend was.

We hadden in die tijd twee sessies van een uur op vrijdag en zaterdag, wat fascinerende duels opleverde. Vergelijk dat eens met nu. We hebben amper twintig auto's op de grid, laat staan 26 en een één-ronde-kwalificatie waar niemand iets aan vindt. Laten we teruggaan en de dingen eens rationeel benaderen. De huidige regels zijn Mickey Mouse-onzin. Ik ben het met zoveel dingen oneens. Ze doen afbreuk aan de sport.

Als ik het voor het zeggen had, zou ik een nieuwe set regels implementeren die in de eerste plaats het belang van de sport dienen en niet de almachtige fabrikanten die megabedragen uitgeven en alle anderen wegvagen. Mensen zeggen dat je vooruitgang niet kunt stoppen. Daar ben ik het helemaal mee eens, maar wat je wel kunt doen is er vakkundig op toezien. Als de FIA zegt: 'We zijn niet slim genoeg om daar invloed op uit te oefenen' dan hebben ze de verkeerde mensen in dienst. Als je dat zou doen, dan zouden er meer teams deelnemen en zouden er meer stoeltjes beschikbaar zijn. Dat betekent dat het spannender wordt en dat trekt weer meer sponsors aan. Zo simpel is het.

Coureurs hebben het te gemakkelijk tegenwoordig. En dan heb ik het niet alleen over de elektronische hulpmiddelen die de auto's tegenwoordig hebben. Het ligt ook aan de circuits. Er was een enorme overreactie na de dood van Roland Ratzenberger en Ayrton Senna en het heeft ervoor gezorgd dat veel circuits over de hele wereld steriel zijn gemaakt. Veel fantastische bochten - de half-snelle bochten - zijn verdwenen en de vangrails zijn verder naar achteren geschoven. Het betekent dat je tegenwoordig veel minder talent hoeft te hebben. Als je te snel een bocht in gaat en een behoorlijke fout maakt, kun je zo weer terugkomen op de baan. 

In mijn tijd had je van die bochten, waarvan je wist dat als je er niet goed doorheen ging, je hard in de vangrails of tegen iets anders terecht kwam. Dan lette je wel op. Er was veel meer lef voor nodig om net wat extra's te proberen en het randje op te zoeken, want als je te veel pushte, kreeg je de rekening gepresenteerd. Veel van mijn favoriete circuits zijn veranderd sinds ik tien jaar geleden stopte. Ze zijn gesteriliseerd en te gemakkelijk. Dat heeft veel van de spanning weggehaald. Ik vind echt dat de sport daarmee onrecht is aangedaan".

Nigel Mansell

 

 

Ruim tien jaar na zijn laatste race stond Nigel Mansell in Kyalami weer op de hoogste trede van het podium.

 

 

 

In de eerste Grand Prix Masters race vocht Nigel met het traditionele startnummer 5 een fel duel uit met Emerson Fittipaldi.

 

 

 

"Het zou mooi zijn geweest als mijn laatste overwinning in Adelaide 1994 een van mijn mooiste herinneringen zou zijn geweest".

 

 

 

"Ik pakte pole met bijna een volle seconde verschil, maar heb klaarblijkelijk de goden verzochtt met die ronde".

 

 

 

"Damon Hill zou me met 0,1 seconde verschil verslaan, maar toen hij terugkwam hijgde en zweette hij enorm".

 

 

 

  "Er was in 1995 zoveel politiek gaande dat ik er nu nog altijd niet over kan praten".

 

 

 

Je wist dat als je voorbij Ayrton Senna kwam, je waarschijnlijk een van de beste coureurs aller tijden had verslagen.

 

 

 

"Een aantal van mijn teamgenoten bewandelden liever de politieke weg om te winnen".

 

 

 

"In SIlverstone in 1987 wilde het team dat Nelson won. Ik dacht: nee dit is de Britse Grand Prix, dus ik negeerde ze".

 

 

 

"Michael en Ferrari hebben de lat zo hoog gelegd. Je droomt echt als je denkt dat de jonge generatie ook maar in de buurt komt".

 

 

"Aan het begin van mijn carrière had Colin Chapman een budget van £3,5 miljoen Nu kom je zonder honderden miljoenen niet mee".